NU JIJ
Een telefoon kost 250.
Er gaat 20% af.
Wat betaal je?
Toon het antwoord
200
Op de rekenmachine: 250
20

Met pen en papier: 250 − (250 × 20%) → 250 − 50 → 200
Een telefoon kost 250.
Er gaat 20% af.
Wat betaal je?
200
Op de rekenmachine: 250
20

Met pen en papier: 250 − (250 × 20%) → 250 − 50 → 200